Een culturele schatkist, dromerige zandstranden en verrukkelijke visgerechten: er zijn zoveel goede redenen om Albanië hoog op je vakantielijstje te zetten. Dit Balkan-land zit vol verrassingen én is steeds aantrekkelijker aan het worden. Toerisme is hier nog in opkomst en dat betekent dat er nog een hoop zelf te ontdekken is. Ben je reislustig en hou je van avontuur, dat is dit de beste bestemming die je nu kunt kiezen. Sinds kort is Albanië ook vanuit Amsterdam binnen handbereik: met een directe vlucht van Transavia vanaf Schiphol naar Tirana sta je in 2,5 uur op Albanese bodem!
Albanië ligt aan de Adriatische en Ionische Zee, aan de overkant van het water ligt de Italiaanse regio Puglia. Het is een land met een rijke geschiedenis. Sterker nog, als je je daarin gaat verdiepen raak je nooit meer uitgeleerd. Goed om te weten is dat het communisme hier echt tot het verleden behoort: Albanië heeft zich het afgelopen decennium flink ontwikkeld tot een steeds moderner land, dat zich ook maar al te graag zou aansluiten bij de Europese Unie.
Albanië is zeker nog geen Italië of Kroatië als het op toerisme aankomt, en dat is meteen ook de allerbeste reden om er nú naartoe te gaan. Er wordt in hoog tempo gewerkt aan het optimaliseren van de infrastructuur voor het toerisme: hotels, wegen en zelfs een nieuw vliegveld zijn in aanbouw. En ook Jared Kushner, de schoonzoon van Donald Trump, is van plan hier luxe resorts aan de kust te bouwen, wat in mijn ogen niet bepaald vooruitgang is. Wil je het ongepolijste Albanië ontdekken, dan zou ik niet langer wachten en meteen dat retourtje Tirana boeken. Nu is het land nog ruw, bescheiden en authentiek. Precies zoals het moet zijn.
Na iets minder dan 2,5 uur vliegen land je op het vliegveld van de Albanese hoofdstad Tirana. Daarna is het nog zo’n 25 minuten rijden voor je in het midden van het centrum bent.
Tirana oogt op het eerste zicht ongestructureerd en rommelig. En ook als je langer kijkt is er weinig orde te ontdekken. Het straatbeeld bestaat vooral uit wisselende bouwstijlen, waar historische en vervallen gebouwen zij aan zij staan. Maar dat is meteen ook de charme van de stad: aantrekkelijkheid komt in vele vormen. Vanaf ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat is het levendig op straat: overal waar je kijkt zie je terrassen, bars en restaurants. De mensen zijn hier graag buiten. En de liefde voor lekker eten is groot. Kennismaken met dit land doe je vooral door veel te proeven.
Het icoon van de stad is de piramide van Tirana. Ooit gebouwd als museum om de oud leider Enver Hoxha te eren, maar jarenlang in verval geraakt. In 2023 werd de piramide compleet gerenoveerd met witte trappen aan de buitenzijde. Inmiddels is het een mooi uitkijkpunt, goede plek voor een ochtendwork-out en eye-catcher in één. Leuk om te weten: het Nederlands architectenbureau MVRDV van Winy Maas deed de complete restyling. Een bezienswaardigheid met een Nederlands tintje dus.
Misschien heb je de dromerige filmpjes op Instagram of TikTok ook wel voorbij zien komen: dé grote verrassing van Albanië zijn de zandstranden. Durrës en Vlorë zijn de grootste badplaatsen, maar volgens de Albanezen zelf moet je die voor een strandvakantie overslaan. Voor de mooiste stranden van Albanië moet je in het zuiden van het land zijn. In de omgeving van Sarandë en Ksamil vind je stranden met helder blauw water, een rotsachtige kust en zachte zandstranden in verscholen baaien.
Gjipe Beach, Jale Beach, Livadhi Beach en Palasa Beach zijn de plekken waar de locals zelf graag naartoe gaan. En dan weet je dat je precies daar moet zijn. Zet ze dus zeker op je lijstje als je in het zuiden bent.
Albanië heeft op dit moment drie werelderfgoedlocaties: de antieke ruïnes en monumenten van Butrint en de historische centra van Berat en Gjirokastër. Tijdens mijn korte reis naar Albanië was er geen tijd om ze allemaal te bezoeken, maar Berat stond gelukkig wel op het programma.
Berat ligt op anderhalf uur rijden ten zuiden van Tirana. Als je aan komt rijden zie je al meteen waarom dit zo’n uniek plaatsje is. Berat ligt in een heuvelachtig gebied en de huisjes van het oude stadje lijken dan ook tegen de heuvels aan geplakt te zitten. Hier vind je de traditionele architectuur van de Balkan uit de 18e en 19e eeuw. Vanaf de brug Ura e Varur heb je het mooiste uitzicht op het oudste deel van Berat, waar het de naam ‘de stad met duizend ramen’ aan te danken heeft.
Klim omhoog naar de Church of the Holy Trinity en struin door de smalle straatjes rondom deze kerk. Een stukje verderop kun je ook de complete stad zien liggen, die veel groter is dan het pittoreske deel in de heuvels.
Uitkijkend op al dat groens om je heen realiseerde ik me dat ik maar snel eens terug moet naar Albanië (met beter weer) om de rest van dit indrukwekkende land te ontdekken.
Wil jij Albanië zelf ontdekken? Dan kunnen deze reistips je wellicht helpen om je reis te boeken.