Dat de Kanaaleilanden in het Kanaal voor de Franse kust liggen, weten de meeste mensen wel. Maar meestal stopt daar de kennis. Dat het tevens een belastingparadijs is weet alleen een zeer select gezelschap. Maar verder, geen idee eigenlijk. Ik was heel benieuwd naar deze eilandengroep. Gelukkig werk ik op een reisbureau en komen er weleens studiereizen voorbij waar ik aan deel mag nemen. Dit keer had ik de luxe om te kiezen tussen twee bestemmingen: Mexico of de Kanaaleilanden. Die keuze was niet moeilijk: de Kanaaleilanden natuurlijk!
De eilanden liggen in het Kanaal tussen Frankrijk en Engeland, je kan zelfs met de ferry vanaf St. Malo in Bretagne in 1,5 uur overvaren. Of in vijf kwartier aanvliegen en dat gingen wij doen. De eilanden Jersey, Guernsey en Sark staan op het programma. Bij aankomst in Jersey is het even verwarrend: ze rijden er links, maar spreken Frans en Engels, de meeste hotels zijn typisch Engels, maar het eten is gelukkig weer erg Frans georiënteerd.
Jersey is het grootste en zuidelijkste gelegen Kanaaleiland van 118 km2. De warme golfstroom zorgt ervoor dat de vegetatie subtropisch is en er veel bloemen groeien. Het heeft slechts 103.000 inwoners en de meesten wonen in de hoofdstad St. Helier. Dit betekent veel rust en ruimte op de rest van het eiland. Er zijn hoofdwegen, dit zijn de wegen die bij ons al de b-wegen worden genoemd en daar tussen allemaal kleine weggetjes, duidelijk aangeduid met bordjes: start Green Lane en End Green Lane. Hier hebben de fietsers en voetgangers voorrang en mag je niet sneller dan 24 kilometer per uur rijden. Dit ga je waarschijnlijk niet eens halen omdat je zelf ook constant aan het rondkijken bent, over de beboste heuvels, langs verscholen cottages en veel groen en schitterende vergezichten. Zie je het niet zitten om zelf te rijden dan is het openbaar vervoer perfect geregeld, op een heerlijke ongedwongen manier. Je rijdt een eind mee tot buiten de stad en als je het wandelen weer zat bent zoek je op de hoofdweg de tekst busstop op het asfalt en blijft daar geduldig staan tot de bus langskomt. Trouwens met kinderen is het Durell Wildlife Camp echt een glamping aanrader!
Wij bekeken vooral hotels maar bezochten ook de schitterende Devil’s Hole, zeer indrukwekkende grotten aan de noordkust.We hebben de zon helaas niet in de zee zien zakken bij Corbière Point bij de vuurtoren, maar dat schijnt zeer spectaculair te zijn en een absolute must zijn de Jersey War tunnels, een ondergronds ziekenhuis uit de tweede wereldoorlog wat nu een interessant museum is.
Tip: bij de parkeerplaats is een uitstekende Inn voor een heerlijke lunch.
Het leukste is om een combinatie tussen de eilanden te maken en dat gaat perfect met een één uur durende ferry naar Guernsey. Bij aankomst hebben we meteen een prachtig uitzicht op de hoofdstad van het eiland St. Peters Port. Interessant is het getijden verschil van ruim 11 meter, de haven ligt volledig droog bij eb. De boulevard ziet er gezellig uit, veel restaurantjes en winkeltjes.We zien het huis van Victor Hugo, de beroemde schrijver, dit Hautesville huis kan ook worden bezocht en bekijken het imposante Castle Cornet, in het hoogseizoen klinkt hier iedere dag om 12 uur nog een kanonschot! Guernsey is kleiner dan Jersey, slechts 63km2 en heeft 63.000 inwoners. Ook hier weer de kleine zijweggetjes voor de wandelaars en fietsers, alleen heten ze hier Rue Rustique. Uiteraard bezoeken wij ook de Little Chapel, de kleinste kerk ter wereld gemaakt van scherven en stukjes porselein, de meningen over de schoonheid hiervan waren verdeeld maar indrukwekkend is dit stukje vakmanschap zeker.
Er heerst een gezonde rivaliteit tussen beide eilanden, ze hebben bijvoorbeeld ieder hun eigen pond, gelukkig kan je met zowel de Engelse, Jersey en Guernsey pound overal betalen. Maak niet de fout zoals ik om het over de prachtige Jersey cows te hebben als je op Guernsey rijdt. De chauffeur zette me nog net niet de bus uit.. Bij Le Gouffre aan de zuidkust maken we een prachtige klifwandeling met schitterend uitzicht en lunchen we op het zonnige terras van het gelijknamige restaurant. Wat me opviel op Guernsey zijn de verschillende nationaliteiten op het eiland: een caissière uit Italië, een restaurant eigenaar uit Oostenrijk, een schoonmaakster uit Letland, een kok uit Egypte enzovoorts.
Vanuit Guernsey kan je ook prima een dagje naar het eiland Sark, bij aankomst kan je alleen per tractor en kar vervoerd worden naar de hoofdstraat. Verder is er geen gemotoriseerd verkeer toegestaan. Dit eiland is 5.5 km2 en er wonen 600 inwoners. Ook dit eiland is volledig zelfstandig en heeft een eigen school, wetten en zelfs de kleinste, in gebruik zijnde gevangenis ter wereld. Was het vroeger vooral een eiland waar allerlei gespuis hun toevlucht zocht, nu is het een oase van rust om te fietsen, te wandelen en heerlijk te picknicken. Absoluut een aanrader om hier een nachtje te onthaasten in het smaakvolle hotel Stocks. De nachten zijn hier echt donker zodat je kan genieten van een prachtige sterrenhemel.
Met al die rust en ruimte kan je heerlijk de drukke wereld even achter je laten, vooral de klifwandelingen zijn erg indrukwekkend, ik werd verrast door de aardige mensen, ze praten razendsnel maar bedoelen het allemaal goed. En dat eten, heerlijk. Is het Engels of is het Frans? Ik ben er nog niet uit, het is vooral anders!
Mocht jij nog niet overtuigd zijn van een reis naar de Kanaaleilanden, dan kunnen deze tips je misschien toch over de streep trekken!